Afscheid (I)

Mijn vorige blogpost was nog niet het einde van mijn avonturen in China, maar dateert ondertussen alweer van zo’n twee jaar geleden. Ik weet niet waarom maar ik kon mezelf er toen niet toe brengen om het af te maken. Misschien lag het aan een gevoel van onwil of onbegrip dat mijn Chinese dagen geteld leken te zijn.

Het was juli 2013 en ik keek terug op alle mooie momenten die ik dat jaar had beleefd en het recente afscheid van al m’n vrienden in Suzhou rond de diploma-uitreiking, maar ik keek ook uit: naar de rondtrektocht door China op m’n eentje. Alleen, maar niet eenzaam. Ik heb mooie dingen gezien. Eerst een week in Beijing 北京 (Peking voor jullie westerlingen), waar ik de highlights nog eens gedaan heb: Verboden Stad, Tian’anmen, Oud Zomerpaleis, Nieuw (maar toch ook al vrij oud) Zomerpaleis, Chinese Muur en ook het Nationaal Museum van China, waar ik echt een dag in heb vertoefd. In de eerste galerij zie je kiekjes van de eindceremonie in Suzhou en mijn tijd in Beijing.

Daarna een reisje naar Chengde 承德 - het vroegere buitenverblijf van de Qing-keizers. Daar was een park gebouwd waarin de mooiste bezienswaardigheden van China in het klein opnieuw werden gebouwd: tuinen van Suzhou (duh), de Muur, Potalapaleis uit Tibet e.d. Vond het wel geen gemakkelijke stad om in te navigeren, want de buslijnen reden telkens anders.

 

Vervolgens was mijn reis nog niet gedaan: Datong stond nog op het programma. Ik wilde echt enorm graag de hangende rotstempel zien, maar toen ik daar aankwam met mijn privé taxi en de slaap nog in mijn ogen, bleek dat de maand ervoor iemand door de balken was gevallen en het dus niet bezoekbaar was. Dat was balen. Gelukkig waren er ook nog grotten met boeddha’s uitgekerfd in de rotsen. Oh, en vanuit een spiksplinternieuwe pagode in een spiksplinternieuwe tempel kon ik zien hoe ze oude huizen van mensen aan het slopen waren, om daar een ‘eeuwenoude stadsmuur’ neer te poten. Ik had echt medelijden met de mensen die er woonden.

Daarna ben ik via Beijing terug gegaan en verder getrokken naar Xi’an, waar ik mijn taekwondovriendin Li Jie 李捷 heb ontmoet. We hebben samen het terracottaleger bezocht en op de stadsmuur van Xi’an gereden. Ook verbleef ik in een van de beste hostels ooit - Seven Sages, een verwijzing naar de Zeven Wijzen van het bamboebos.

Mijn reisje alleen kende een laatste vreemde stop in Qufu, waar de familie Kong vandaan komt. Je weet wel, Confucius en de zijnen. De drie grote attracties waren het Kong Mansion, de Kong Temple en het Kong Forest. In het Mansion woonde hij (het is wel grondig gerenoveerd de laatste 2500 jaar), in de Tempel wordt hij vereerd (met wierook en andere substanties) en in het Bos ligt hij begraven. Leuk weetje: ook al is Confucius zowat dé persoon die leren belangrijk vond, ik kreeg - als buitenlandse student - geen korting op mijn toegangskaartje. Ook niet toen ik spreuken begon te citeren, zoals: 学而时习之,不亦悦乎。有朋自远方来,不亦乐乎?(人不知而不晕,不亦君子乎?)”Studeren en ervoor trainen, is dat niet verheugend? Als er collega’s van ver komen, is dat niet leuk? (Als )” Het was belachelijk, maar wel mooi, zo in de regen tussen al het groen.

Daarna passeerde ik een laatste keer op mijn kot in Suzhou, en nam de trein naar Shanghai, om daar het vliegtuig naar huis te nemen.

Avatar
Thomas Van Hoey
PhD Candidate in Linguistics

My research interests include ideophones, (Premodern) Chinese, historical linguistics, Cognitive Linguistics, and lexical semantics.

Related

comments powered by Disqus